Achterliggende kaders

Potential schaart zich achter een aantal belangrijke wetgevende kaders. Op Vlaams niveau hebben vooral het GOK- en het M-decreet het omgaan met diversiteit op school specifiek aandacht gegeven. Vanuit een internationaal oogpunt sluit het ijveren voor meer inclusieve leeromgevingen naadloos aan bij de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, de Universele Verklaring voor de Rechten van het Kind en meer recent het Internationaal Verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap.

Internationale Mensenrechtenverdragen

1948: Rechten van de mens

Het recht op onderwijs is internationaal verankerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zoals aangenomen door de Verenigde Naties in 1948. Artikel 26 stelt dat ieder recht heeft op onderwijs, en dat basisonderwijs verplicht en kosteloos dient te zijn.

1989: Rechten van het kind

In 1989 werd het recht op onderwijs ook opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van het Kind. Artikel 28 en 29 bespreken het recht van elk kind op onderwijs, gericht op een zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten, geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind.
Artikel 2 van de Universele Verklaring van de Rechten van het Kind behandelt het principe van non-discriminatie en stelt dat kinderen tegen om het even welke vorm van discriminatie beschermd moeten worden. Het verdrag wijst ook expliciet op de rechten van bepaalde groepen kinderen die een hoger risico lopen op discriminatie.
Artikel 30 legt  vast dat ieder kind de eigen cultuur en godsdienst mag beleven en de eigen taal mag gebruiken, ongeacht zijn of haar oorsprong. Artikel 23 behandelt het recht van kinderen met een geestelijke of lichamelijke beperking op bijzondere zorg en onderwijs, opdat zij de grootst mogelijke zelfstandigheid kunnen bereiken en een volwaardig actief leven kunnen leiden in de samenleving.

2006: VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap

In 2006 werd door de Verenigde Naties het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH) aangenomen. België ratificeerde dit Verdrag in 2009. Het IVRPH streeft naar rehabilitatie, onafhankelijk leven, onderwijs, gezondheid, en werk om de rechten van mensen met een beperking te vrijwaren. Artikel 19 Zelfstandig wonen en deel uitmaken van de maatschappij gaat bijvoorbeeld in op het streven naar volwaardige inclusie en participatie. Het Verdrag focust daarbij op het gelijke recht van alle personen met een beperking om in de gemeenschap te leven en keuzes te maken zoals iedereen. Thema’s als toegankelijkheid en ondersteuning spelen daarin een belangrijke rol. Artikel 24 legt de focus op het verzekeren van een inclusief onderwijssysteem en plaatst thema’s als levenslang leren in het daglicht. Ook het recht op het krijgen van alle kansen om het volledige potentieel te kunnen ontwikkelen, wordt hier beschreven.

Vlaamse beleidscontext

2002: GOK-decreet

Het Gelijke Onderwijskansen beleid (GOK-beleid) beoogt een geïntegreerd Vlaams onderwijs waarin alle kinderen optimale kansen krijgen en uitsluiting, sociale scheiding en discriminatie tegengegaan wordt. Het GOK-decreet steunt hiervoor op drie pijlers: het inschrijvingsrecht, de oprichting van lokale overlegplatformen en een geïntegreerd ondersteuningsaanbod voor scholen.
Het GOK-decreet bepaalt dat de school elke leerling moet inschrijven in de school van zijn of haar keuze. Leerlingen worden ingeschreven volgens het principe “eerst komt, eerst maalt”. Om tevens een sociale mix in de scholen te versterken, moeten scholen voorrang verlenen aan bepaalde leerlingen naargelang de samenstelling van de school en de regio. Hiervoor wordt gekeken naar de achtergrond van de leerlingen, waarbij rekening gehouden wordt met het opleidingsniveau van de moeder, de thuistaal van de leerling, en of de leerling al dan niet recht heeft op een schooltoelage. 

2008: Het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid

Het decreet voor het Vlaamse gelijke kansen- en gelijke behandelingsbeleid verankert de visie en de wijze waarop Vlaanderen inzet op een preventief gelijkekansenbeleid. Het doel is achterstellingsmechanismen wegwerken en discriminatie voorkomen. Het Gelijkekansendecreet wordt opgesplitst in twee luiken: het gelijkekansen-luik en een luik gelijke behandeling. Thema’s waarrond wordt gewerkt beslaan gender, seksuele geaardheid, toegankelijkheid en handicap. Redelijke aanpassingen wordt binnen dit decreet opgenomen en wordt later een belangrijk concept binnen het M-decreet.

2014: Het M-decreet

Het M-decreet is gebaseerd op 6 krijtlijnen.

  1. Eerst gewoon dan buitengewoon
  2. Recht op redelijke aanpassingen
  3. Recht op inschrijven in een gewone school
  4. Nieuwe types buitengewoon onderwijs
  5. Nieuwe toelatingsvoorwaarden in buitengewoon onderwijs
  6. Ondersteuning voor het gewoon onderwijs

Het decreet bepaalt dat elk kind met specifieke onderwijsbehoeften het recht heeft om zich in te schrijven in een gewone school en het recht heeft op redelijke aanpassingen. Zo stelt de Vlaamse regering dat "als aanpassing wordt beschouwd, elke concrete maatregel, van materiële of immateriële aard, die de beperkende invloed van een onaangepaste omgeving op de participatie van een persoon met een handicap neutraliseert”. De aanpassingen hebben als doel drempelverlagend te werken zodat de persoon met een beperking volwaardig kan deelnemen aan het maatschappelijke leven. De redelijke aanpassingen worden afgestemd op de onderwijsbehoeften van ieder kind en zijn bijvoorbeeld langere toetstijden, mondelinge feedback in plaats van cijfers, of rustmomenten overdag. Ook technische hulpmiddelen als een laptop met leessoftware of een aangepaste stoel vallen onder redelijke aanpassingen. De school kan verder ook een gelijkwaardig leerprogramma aanbieden, remediëren of extra individuele leerhulp bieden. Ook een leerling die een Individueel Aangepast Curriculum (IAC) volgt, heeft het recht om zich in te schrijven in een gewone school. Voor deze leerlingen kan de school de inschrijving pas ontbinden wanneer de school in een gesprek met CLB en ouders vaststelt dat ze de nodige aanpassingen redelijkerwijze niet kan realiseren. De school dient deze beslissing grondig te motiveren. Een belangrijk kader om het M-decreet te implementeren is het zorgcontinuüm, uitgewerkt door Prodia.

Bronnen: