Professionaliseringstraject

Veel leerkrachten ervaren een grote nood aan ondersteuning door de groeiende diversiteit en complexiteit in het onderwijs. Potential wil hierop een antwoord geven door een professionaliseringstraject aan te bieden, waarbij de competenties van leraren in het creëren van inclusieve leeromgevingen versterkt worden. Diversiteit wordt daarbij breed ingevuld, zodat onderwijs toegankelijk wordt voor alle leerlingen, ongeacht handicap, gender, afkomst, taal, etniciteit, …  
Dit traject wordt ontwikkeld door de medewerkers van Potential in nauwe samenwerking met de betrokken schoolteams. Op deze manier wordt een traject aangeboden dat gebaseerd is op wetenschappelijk inzichten over de professionalisering van leerkrachten (zie onderstaande figuur), maar dat tegelijkertijd de inzichten en expertise van het onderwijsveld incorporeert. Het traject maakt gebruik van 5 digitale tools, die leerkrachten ondersteunt om samen met collega’s de eigen lespraktijk te bestuderen en te optimaliseren. Gedurende dit professionaliseringsproces wordt vooral gefocust op 5 competenties, die centraal staan bij het creëren van kwaliteitsvolle inclusieve leeromgevingen. Deze competenties worden hieronder kort toegelicht.

Hoe kan je de impact van professionalisering voor leraren in kaart brengen? Universiteit Gent i.o.v. Departement Onderwijs.

Competentie 1: De leerkracht (h)erkent, waardeert en benut diversiteit

Diversiteit is een steeds aanwezige factor in de maatschappij en dus ook in het onderwijs. Verschillen tussen leerlingen, en dus verschillen in leren, zijn dan ook inherent aan iedere klascontext. Deze verschillen zijn van allerlei aard: sociale achtergrond, leerstijl, interesses, leerprofielen, talenkennis, sociale en communicatieve vaardigheden, lichamelijke vermogens, persoonlijkheid, etc. Het (h)erkennen van deze verschillen maakt een betere afstemming tussen de leerstof en de leerling mogelijk, wat de kans op succesvol leren vergroot.

Competentie 2: De leerkracht zet in op positieve relaties in een veilig klasklimaat

Leerlingen zijn meer gemotiveerd wanneer de leerkracht tegemoet komt aan drie basisbehoeften: nood aan verbondenheid, nood aan autonomie en nood aan competentie. Om verbondenheid te creëren, hebben leerkrachten oog voor de sociale participatie van alle leerlingen, tonen ze affectie, zijn ze betrouwbaar en beschikbaar. Een tweede fundamentele component is het inzetten op de autonomie van elke leerling. Hieronder, bij competentie 3, worden strategieën besproken om dit te realiseren. Tot slot is het cruciaal dat de leerkracht het competentiegevoel van elke leerling stimuleert. Dit kan door leerlingen meer controle te laten ervaren oven hun leeruitkomsten, bijvoorbeeld door structuur aan te bieden en hoge, maar realistische, verwachtingen te stellen.

Competentie 3: De leerkracht ontwerpt en hanteert krachtige leerprocessen in een toegankelijke en flexible leeromgeving

Leerlingen verschillen van elkaar in de manier waarop ze leren: ze hebben verschillende interesses, leertempo  en leerstijlen, en komen niet allemaal met dezelfde rugzak aan kennis en vaardigheden naar school. In een toegankelijke en flexibele leeromgeving hanteert een leerkracht daarom werkvormen en onderwijsstrategieën die tegemoet komen aan de diverse manieren waarop leerlingen leren. De volgende vier strategieën helpen dit realiseren:

  • Universal Design for Learning (UDL) biedt richtlijnen en maatregelen om onderwijs zo toegankelijk mogelijk te maken. Leeromgevingen worden zodanig vorm gegeven dat alle leerlingen een meerwaarde kunnen ervaren van de  extra ondersteuning die wordt aangeboden. Zo kan informatie op verschillende manieren aangeboden worden: visueel, tekstueel, schematisch, etc.
  • Bij binnenklasdifferentiatie stemt de leerkracht de les af op de verschillen (interesses, voorkennis en voorkeur) tussen leerlingen om maximale leerkansen voor iedere leerling te realiseren. Zo kan een leerkracht rekening houden met verschillen in interesses door de les te laten aansluiten bij de leefwereld van leerlingen. Er kan ook ingespeeld worden op de voorkennis van leerlingen door bepaalde hulpmaterialen te hanteren, of men kan tegemoet komen aan voorkeuren van leerlingen door te variëren in bronnen en materialen.
  • Feedback en evaluatie zijn een continu proces en bijzonder effectief om de leerprestaties van leerlingen te verhogen. De informatie die verzameld wordt via evaluatie kan de leerkracht gebruiken om onderwijsactiviteiten aan te passen op maat van de leerlingen.
  • Samenwerkend leren vertrekt vanuit de vaststelling dat leerlingen kunnen leren van elkaar en elkaars leerproces kunnen ondersteunen. Medeleerlingen zijn immers een bron van ondersteuning die heel toegankelijk en laagdrempelig is. Door ondersteuning te geven aan anderen, leren leerlingen bovendien ook zelf.

Competentie 4: De leerkracht werkt samen met diverse actoren

Voor het creëren van inclusieve leeromgevingen is samenwerking cruciaal, zowel met professionals (schoolintern en -extern) als met ouders en leerlingen. Van individuele leerkrachten kan immers niet verwacht worden dat zij alle kennis bezitten om tegemoet te komen aan de diverse noden van alle leerlingen in de klas. Juist door samen te werken kunnen personen hun specifieke sterktes delen en elkaars zwaktes compenseren.  Enkele belangrijke voorwaarden voor samenwerking zijn o.a. gelijkwaardigheid tussen partners, wederzijds respect en vertrouwen, zich kunnen inleven in verschillende perspectieven, doelgerichtheid, transparantie en flexibiliteit.

Competentie 5: De leerkracht werkt doelgericht aan de eigen professionalisering

Om de vier bovenstaande competenties te versterken, is het nodig dat leerkrachten doelgericht en actief werken aan hun eigen professionele ontwikkeling. Professionele ontwikkeling is immers essentieel om gedurende de loopbaan adequaat te kunnen reageren op de veranderende situaties en behoeften van leerlingen. Via een onderzoekende houding naar wat er in de eigen klascontext, voor deze leerlingen, met deze samenwerkingspartners nodig is, geven leerkrachten vanuit hun eigen leerdoelen actief vorm aan hun professionele ontwikkeling.  Potential wil deze onderzoekende houding en de bovenstaande competenties aanscherpen door een klimaat te creëren waar men nieuwe zaken kan uitproberen.

 

Bronnen:

  • Belmont, M., Skinner, E., Wellborn, J., & Connell, J. (1992). Two measures of teacher provision of involvement, structure, and autonomy support. Technical report. Rochester, NY: University of Rochester.
  • Deci, E.L., & Ryan, R.M. (1985). Intrinsic motivation and self-determination in human behavior. New York: Plenum.
  • De Vroey, A., Roelandts, K., Stuyf, E., & Petry, K. (2016). Inclusive classroom practices in secondary schools. In , Professional Learning (pp. 179-202).
  • Edyburn, D.L. (2005). Universal design for learning. Special Education Technology Practice, 7(5), 16-22.
  • Merchie, E., Tuytens, M., Devos, G., & Vanderlinde, R. (2016, p. 26). Hoe kan je de impact van professionalisering voor leraren in kaart brengen? Universiteit Gent i.o.v. Departement Onderwijs.
  • Mitchell, D. (2015). Wat werkt écht. 27 evidence based strategieën voor het onderwijs. Huizen: Uitgeverij Pica.
  • Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2000). Self-Determination Theory and the Facilitation of Intrinsic Motivation, Social Development, and Well-Being. American Psychologist, 55(1), 68-78.
  • Stroet, K., Opdenakker, M. C., & Minnaert, A. (2013). Effects of need supportive teaching on early adolescents motivation and engagement: A review of literature. Educational research review, 9, 65-87.
  • Struyven, K., Coubergs, C., Gheyssens, E., & Engels, N. (2015). Ieders leer-kracht. Binnenklasdifferentiatie in de praktijk. Leuven / Den Haag: Acco.
  • Tomlinson, C.A. (2001). How to differentiate instruction in mixed-ability classrooms . Alexandria, Virginia USA: Association for Supervision and Curriculum Development.
  • Van Avermaet, P., & Sierens, S. (2010). Diversiteit is de norm. Er mee leren omgaan de uitdaging. Een referentiekader voor omgaan met diversiteit in onderwijs. In D. De Coen, et al. (Red.), Handboek beleidsvoerend vermogen (Doelgerichte visie, Aflevering 4) (pp. 1-48). Brussel: Politeia.